"Op de koffie bij..." rubriek in "Stal & Akker" feb. 2006.

Rustig liggen de Aberdeen Angus runderen samen met hun kalveren in de wei te herkauwen. Mart Driessen pakt een stok uit de hoek van een schuur. „Ik ga nooit de wei in zonder stok”, vertelt hij terwijl hij zich in de richting van de koeien begeeft. „Aberdeen Angus koeien zijn erg moederlijk. Ze hebben een sterke neiging om hun kalveren te beschermen”, weet hij uit ervaring. „Je kunt veiliger tussen de stieren lopen, dan tussen de koeien met kalveren. Stieren zijn veel gemoedelijker.”

Ondanks het feit dat alle zwarte en hoornloze koeien in eerste instantie op elkaar lijken, weet de veehouder alle dieren moeiteloos uit elkaar te houden. „Deze heeft twee weken geleden een tweeling gekregen”, wijst hij met de stok. „Moet je eens kijken hoeveel vleesaanzet het dier heeft.” Sinds 2000 houdt Driessen Aberdeen Angus runderen.

Wegens chronische gezondheidsklachten verkocht hij zijn 90 stuks melkvee met bijbehorend quotum. Al snel miste hij het geluid van koeien op en rond zijn bedrijf en al snel ging hij op zoek naar een alternatief. Tijdens een fietstocht in Duitsland stuitte de gewezen melkveehouder op een kudde Angus runderen. De uitstraling van het hoornloze ras sprak hem gelijk aan. Tijdens het gesprek dat Driessen had met zijn Duitse collega kwam hij tot de conclusie dat het ras prima bij hem paste. „Ze kalveren gemakkelijk af, vreten al het voer, ook als er distels inzitten, en hebben heel smakelijk vlees”, somt hij de voordelen moeiteloos op.

Van de Duitse veehouder kocht Driessen twintig pinken die hij op zijn bedrijf zette. Na een jaar lieten ze een jonge stier slachten bij een slager uit de buurt. Delen van het vlees verkochten ze aan bekenden. „Dat deden we ook al toen we afgemolken koeien lieten slachten”, licht Mia toe. De kwaliteit van het vlees bleek in de smaak te vallen. „Steeds meer mensen wilden vlees van ons hebben”, blikt de veehouder terug. Door mond op mond reclame kreeg het bedrijf steeds meer bekendheid. Het leveren van Aberdeen Angus vlees nam steeds serieuzere vormen aan. „Eigenlijk is het een uit de hand gelopen hobby”, verzucht Driessen. Want het was nooit de bedoeling om de tak zo groot te laten worden. Maar spijt hebben ze er niet van.” Zelfs een zusterklooster behoort tot onze vaste klantenkring”, vertelt Driessen niet zonder trots.

Van 1 december 2005 tot begin februari verkocht het echtpaar 1350 kilogram vlees. Het slachten van de stieren geschiedt volgens een vast ritueel. Donderdags brengt de vleesveehouder een slachtrijpe stier naar de slager. Het beest wordt de volgende dag geslacht en blijft vervolgens een week in de koelcel hangen om voldoende uit te sterven. Hierna snijdt de slager het karkas af en verdeelt het in gelijke porties van 25 kilo verpakt in dozen.

Niet alleen afgesneden vlees, ook hamburgers behoren tot de koopwaar van Driessen: „Vorig jaar at ik tijdens een bijeenkomst in Duitsland hamburgers gemaakt van Aberdeen Angus vlees. Die waren stiklekker.” En dus voegde hij de snack aan zijn assortiment toe. Onverzadigd vet Het geheim achter het succes van de vleesverkoop komt volgens Mart Driessen door de sublieme vleeskwaliteit van de Aberdeen Angus. „Het vlees is heel mals. Bovendien zit er vet in. Onverzadigd vet welteverstaan. Dat zorgt voor een uitzonderlijk goede smaak”.

De veehouder durft de vergelijking met het zeldzame en decadente Japanse vleesras Wagyu wel aan. Hij is zelfs met de aanschaf van dit bijzondere ras bezig geweest, maar heeft er uiteindelijk toch vanaf gezien. „Er is hier weinig afzet voor dit dure vlees en bovendien staat mij het type van het ras niet aan.”

Om de goede vleeskwaliteit te realiseren, krijgen de runderen een sober rantsoen voorgeschoteld. In de stal krijgen zij maïs, met in de winter natuurgras of schraal hooi. Vanaf zes weken voor de slacht krijgen alle dieren soya bijgevoerd. Met porties tot zeven kilo per dag krijgen de runderen een eiwitboost die vervetting moet voorkomen. „De koeien groeien dan flink in de breedte zonder te vervetten”, legt Driessen uit. Niet alleen het voer speelt een essentiële rol voor een goede vleeskwaliteit, ook de huisvesting is een niet te onderschatten factor. Volgens Driessen zijn de dieren gebaat bij voldoende lichaamsbeweging. Daarom houdt hij alle Aberdeens het hele jaar buiten. „Een beetje beweging is goed voor de vleeskwaliteit”, vertelt hij.

Er staat een stier eenzaam in een open stal. De sterke geur van de mest, veroorzaakt door de soya, verraadt dat het beest bovenaan de lijst staat om binnenkort geslacht te worden. „Is het geen mooi dier?” vraagt de veehouder, terwijl hij de stier aandachtig inspecteert. „Het hoeft echt niet onder te doen voor de bekende Franse vleesrassen. Moet je eens kijken hoe mooi hij bespierd is”, besluit Driessen. Nog even en de zusters in het klooster worden weer voorzien van een vers portie vlees.

Bedrijfsgegevens:

Mia en Mart Driessen, vleesveehouders in Neerkant
Koffie: Douwe Egberts ‘en geen ander’, met melk en suiker
Datum: 6 februari 2006
Tijd: van 10.25 tot 12.25 uur
Bezit: 40 koeien, 6 vaarskalveren, 20 pinken en 30 stieren
Grond: 19 hectare, waarvan 9 hectare grasland, 6,5 hectare verhuurd voor aardbeienteelt en rest is maïsland